Het Wijde Gat

Werkkamp Het Wijde Gat

Het Wijde Gat lag aan de Mr. J.B. Kanlaan, net voorbij de scherpe bocht richting Punthorst, zón 50 tot 80 meter van de weg af, in het nog jonge Staatsbos. Dit werkvoorzieningskamp had een capaciteit van 96 bedden. De mannen uit dit kamp werden vooral ingezet bij de ontginning van het heidegebied in de buurt. Ook hebben ze gewerkt aan de aanleg van het Staatsbos.

Op 10 juli 1942 kwam de eerste groep joodse mannen in Het Wijde Gat aan. Ze waren voornamelijk afkomstig uit de provincie en de stad Groningen. Een van hen was Andries Davids. Hij schreef op 12 juli 1942 aan zijn collega Corrie Lammes: 'Beste Cor, mijn eerste brief uit het concentratie(werk)kamp. Vrijdagmorgen om 8 uur moesten wij allen op het stationsplein aantreden. We zijn verdeeld over 5 werkkampen in Drente en Overijssel. Het vertrek uit Groningen was ontroerend, uit alle ramen langs de trein, zwaaide de bevolking. Zelfs hoge politie ambtenaren zwaaiden met hun petten. Onze trein stopte tusschen Staphorst en Dedemsvaart (geen station) en moest onze ploeg (± 80 man) uitstappen. Gelukkig behoefden we niet ver te lopen op ± 100 meter lag het kamp. Zeer tot mijn spijt is mijn vriend van Geuns bij een andere ploeg en zijn deze waarschijnlijk naar Mariënberg doorgegaan. Het juiste adres zal ik wel binnenkort van zijn vrouw horen. Het kamp is zeer behoorlijk. En het personeel is 100%. Laten we hopen dat zo blijft. We wonen en slapen met 8 man in 2 kamers. De bedden en dekens zijn tamelijk goed (stroomatrassen). We mochten kiezen wie bij elkaar wilden en hebben vanzelfsprekend de vrienden elkaar op-gezocht. Ik woon o.a. met de pianoleraar van Esther, een zeer bekend violist Sal Dwinger (viool meegebracht) en een Mr. in de rechten Leo Frank, welbekend bij de familie Schevarz. De kameraadschap in het gehele kamp is voortreffelijk. Zaterdag morgen moesten we om 5 uur op en vertrokken we om 6 uur uit het kamp. Allen met een schop (kosten voor eigen rekening). Onze ploeg ± 24 man moesten meer dan een uur over zandwegen naar het werk loopen. Er zijn zelfs ploegen die meer dan 2 uur moesten loopen. Het werk is verschrikkelijk zwaar, voor veel mannen zelfs onmogelijk en lijkt het inderdaad wel op dwangarbeid. In hoofdzaak moeten we heide omspitten. Gelukkig werken we zaterdags alleen 's morgens, tot 12 uur 45. Eerlijk gezegd hadden de meeste menschen het ook niet langer volgehouden. Met schrik en beven gaan we de volgende maandag tegemoet. We zullen echter maar moed houden, want van hard werken is geloof ik nog nooit iemand doodgegaan. Ik ben er niet bang voor. Ik heb echter erg veel medelijden met de ouderen en de zwakke menschen. Zij zullen zeker dit abnormale werk niet kunnen volhouden. Ik ben tenminste kerngezond en zal er zeker niet minder van worden.(…). Het eten hier in het kamp gaat, echter kleine porties. Gelukkig is het tot nu toe toegestaan postpakketten te ontvangen. Ik ben echter bang, dat dit gauw verboden zal worden.'

Bijna een maand later, op 7 augustus 1942, schreef M.A. van Dam: 'De indeling van de dag is om 5 uur op staan, 6 uur naar het werk, 7 uur beginnen tot kwart voor vijf 's middags. Men krijgt 7 plakjes brood mee waar je doorheen kan kijken, daar moet je mee toe tot 's avonds 8 uur en dan krijg je een beetje warm eten, dat kun je wel achter je holle kies steken? Dus jullie begrijpen wel het is levendig verhongeren. Als jullie nu wat broodbonnen kunt krijgen dan heel graag en als je wat rokerij voor me hebt ik zit er gewoonweg naar te smachten. Arie je mag blij zijn dat je er nog buiten bent, probeer er buiten te blijven!! En Arie als je er een paar centen voor over hebt, dan kun je dat per brief aan me adresseeren. (M.A. van Dam) RWK Het Wijde Gat.' Post Den Hulst (O) Kamer 5. Nu jongens houd jullie je maar taai, we zullen hopen dat het gauw afgelopen is. Er zijn vandaag weer nieuwe wetten gekomen, die zal ik je de volgende keer wel schrijven.'

Op vrijdag 2 oktober 1942 werkte A. Kin op het land, toen hij werd aangesproken door een groepje Duitse soldaten. De soldaten kwamen van het station bij de Dedemsvaart en liepen over de parallelweg langs het spoor. Ze vroegen hem de weg naar de "Jude Barakke" bij het "Wijte Gatse." Hij wees ze de weg en de soldaten vervolgden hun tocht. Het was een wandeling van zo'n vier kilometer. De volgende morgen hoorde Kin dat het kamp leeg was.

De aftocht van de joden uit Het Wijde Gat voerde langs de Oosterparallelweg. Hier en daar sloegen bewoners de wegvoering gade. De stoet werd geflankeerd door soldaten met geweren: ontsnappen was nu niet meer mogelijk. De joden werden niet opgejaagd of afgebeuld, wel moesten de mannen stevig doorlopen. Velen waren niet meer in staat hun bagage langer mee te dragen en gooiden hun koffers weg. Overal langs de Oosterparallelweg lagen bezittingen. Wat met deze spullen is gebeurd, is niet duidelijk.

Onduidelijk is, of de barakken van Het Wijde Gat na het vertrek van de joodse dwangarbeiders een andere bestemming hebben gekregen. Ook is niet bekend, wanneer het kamp is afgebroken. Van Het Wijde Gat is alleen nog een betonplaat over, waarop ooit het aggregaat stond.

93

Sporen Het Wijde Gat

Archief Het Wijde Gat