Lievelde

Werkkamp Lievelde

Het kamp Lievelde lag op een plek waar de voormalige Schansdijk uitkwam op de (oude) Lieveldeweg.
Het terrein was omgeven door prikkeldraad en er stonden houten barakken, een toiletgebouw en een huisje voor de waterinstallatie. De kok/beheerder woonde op het terrein.

In Lievelde werden in vergelijking tot andere kampen pas laat joodse dwangarbeiders ondergebracht. Op dinsdag 18 augustus 1942 kwam een bericht op het gemeentehuis dat de volgende ochtend met de trein van 10.57 een aantal joodse arbeiders op het station aan zou komen. De mededeling, ondertekend door kok/beheerder J. Bötcher, gaf verder aan dat de dwangarbeiders uit Dinxperlo, Lochem en Silvolde, Raalte, Deventer en Amsterdam zouden komen. Vanuit Lievelde moesten de mannen aan het werk op een gemeentelijke zandweg.

Op 19 augustus 1942 schreef S.J. Vromen vanuit Lochem: 'De toestand is altijd nog hetzelfde. Hedenmorgen zijn hier 4 joodsche kennissen van mij vertrokken naar een werkkamp in Lievelde (…). Mijn zwager uit Lochem is ook naar het kamp in Lievelde.' Deze mannen behoorden tot de eerste groep van joodse dwangarbeiders, die naar Lievelde werden toegestuurd.

De gemeentelijke zandweg waaraan gewerkt moest worden, was de Huttendijk in de buurt van boerderij 'De Kamper'. Tijdens de werkzaamheden werd de weg voor al het verkeer afgesloten. De joodse dwangarbeiders moesten de weg 'omputten' om de diepere grindlaag aan de oppervlakte te krijgen en zo de afwatering te verbeteren. Boeren uit de directe omgeving voorzagen de joodse mannen tijdens het werk van extra voedsel.

Op een gegeven moment deed burgemeester Theo A. Lamers een verzoek de openbare wegen rond het kamp af te sluiten, omdat hem gebleken is dat de joden de inwoners van zijn gemeente lastig vielen en vroegen om eieren, boter en het verrichten van diensten. Tijdens een bezoek van dezelfde burgemeester kreeg de kok/beheerder nog meer klachten. Volgens Lamers waren verschillende joden niet aan het werk omdat ze zogenaamd ziek waren. De kok/beheerder zette hen gelijk aan het werk. Ook was volgens de burgemeester allerlei verboden lectuur in het kamp aanwezig. Verder klaagde Lamers over het feit dat er zoveel pakjes naar het kamp werden gestuurd, dat de postbode een driewieler nodig had om de sigaretten, wasgoed, boter en fruit aan het kamp af te leveren. Volgens de burgemeester was het verboden fruit per de post te versturen. De kantoorhouder van de P.T.T. kreeg daarom te horen dat de pakketten teruggestuurd moesten worden naar de afzenders. Maar de kantoorhouder nam het niet zo nauw: voortaan haalde een aantal burgers de poststukken op en bezorgde deze bij het kamp.

Op 2 oktober 1942, tegen middernacht, werden de joodse dwangarbeiders zo onopvallend mogelijk naar het station van Lievelde gebracht en van daaruit doorgevoerd naar kamp Westerbork.

In 1944 werden een aantal van de vervallen barakken gesloopt. Het bouwmateriaal werd voor een gedeelte gebruikt voor herstelwerkzaamheden aan het openbare zwembad.  

242.jpg

Archief Lievelde