Beugelen

Werkkamp Beugelen

Het kamp Beugelen lag ten oosten van Staphorst aan de Gemeenteweg. Over het kamp, met een capaciteit van 96 slaapplaatsen, is weinig bekend. Waarschijnlijk is dit kamp, net als de andere twee kampen in Staphorst, in de dertiger jaren van de twintigste eeuw gebouwd. Vanuit Beugelen werd in het kader van de werkverschaffing ondermeer het 900 hectare grote Staatsbos aangelegd.

De joodse dwangarbeiders, die in 1942 in Beugelen werden ondergebracht, waren voornamelijk afkomstig uit Den Haag en omgeving. Iedereen kon vrij het kamp in en uit. Voor bezoekjes aan dokter Berghauser Pont konden de mannen meerijden met K. Kappe. Hij was de broer van de officiële postbode en mocht dit speciale ritje doen. Met de bakfiets bracht hij niet alleen brieven en pakketjes, maar ook groenten van de groenteboer. Bij mooi weer mochten zijn zusjes meerijden in de bakfiets.
De postbode was bijzonder welkom. Dat lieten de joodse mannen duidelijk merken. Want in de kantine stond een potje, waarin de dwangarbeiders een gift deden en aan het eind van de week kreeg de postbesteller dan een fooi.

In de eerste maanden van hun verblijf kregen de dwangarbeiders nog verlof om naar huis te gaan, maar daar was na de lente van 1942 bijna geen sprake meer van. Ook was er een verbod op het ontvangen van bezoek.
Het regime in het kamp werd steeds strenger. Omwonenden zagen de joodse dwangarbeiders naar het werk marcheren, met de schop over de schouder. Onder aanvoering van een ploegbaas, gewoon een medekampbewoner, ging het in strakke pas vooruit. De aanvoerder gaf met luide stem de maat: 'Links, zwei, drei, vier…'

In Beugelen werden op 2 oktober 1942 Duitse soldaten ingekwartierd onder de smoes dat er in de dichtsbijzijnde kazerne geen ruimte meer was. In de vroege morgen van 3 oktober werden alle joden door deze soldaten weggevoerd.
Postbode Kappe kwam die morgen redelijk op tijd in het kamp. Hij trof een grote ravage aan. Overal lagen koffers en tassen. Buiten het kamp, langs de Schapenstreek en de Lankhorsterweg was het al niet anders. Wat later op de morgen kwamen de Duitsers bij boer Hoeve aan de deur, schuin tegenover kamp Beugelen. Hij moest zijn paard en wagen ter beschikking stellen om de bagage uit het kamp naar Meppel te brengen. Maar Hoeve kon hen niet helpen: hij had alleen een jong en onervaren paard dat nog niet geschikt was voor dit werk. Daarom gingen de Duitsers naar de buren, molenaar en veevoerhandelaar Jonkers. De Duitsers dwongen hem (of zijn knecht Agtersmid) de bezittingen van de joden naar Meppel te brengen.

Die ochtend van de derde oktober 1942 zag J. Poortman de lange colonne uit Staphorst in Meppel aankomen: marcherende, hinkende, soms strompelende mensen die hun bagage moeizaam meedroegen. 'Nog zie ik een oudere jood met grijze baard struikelen. De vetgevreten Grüne-begeleider schoot toe en schopte grijsaard en koffer zo tegen een boom dat de man bloedend verder krabbelde terwijl de koffer open vloog. "Opstaan! Verder gaan!'', brulde de onmens die steeds doorschopte tot het slachtoffer kruipend wegging en op de been geholpen werd door lotgenoten.'

Niet duidelijk is, wat er na het vertrek van de joodse mannen met het kamp gebeurde. Direct na de oorlog werden in de barakken van Beugelen Nederlanders ondergebracht, die in de oorlog met de Duitsers sympathiseerden. Dat waren voornamelijk NSB-ers.

Vanaf 1951 heeft het kamp ook gediend als opvang voor Molukse militairen en hun gezinnen die uit Nederlands Indië kwamen. Nadien verbleven er nog enige tijd kinderen uit West-Berlijn, die er hun vakantie doorbrachten.  

403.jpg

Sporen Beugelen

Archief Beugelen