Geschiedenis

Joodse werkkampen in Nederland
januari 1942 - oktober 1942

De werkverruimingskampen waren in de jaren dertig door de Nederlandse Regering gebouwd om werklozen in het kader van de werkverschaffing te huisvesten. Een aantal van deze kampen werd ontruimd om plaats te maken voor door anti-Joodse maatregelen werkloos geworden Joodse mannen.

Op 7 januari 1942 werd de Joodse Raad in Amsterdam onder druk gezet en verantwoordelijk gesteld voor het leveren van 1402 Joodse werklozen. Uiteindelijk werden er 1075 werklozen aangewezen en verzamelden zich ruim 900 mannen op 10 januari op het Amstelstation. Zij werden naar de werkkampen in de noordelijke provincies gestuurd om met name ontginningswerkzaamheden voor de Heidemij te verrichten.

De eerste maanden

Van werken kwam in de eerste maanden weinig terecht. De grond was bevroren en de verveling sloeg toe. Met het leggen van een kaartje, het schrijven van een brief, een wandeling in de omgeving of sneeuwruimen probeerden de mannen de sleur te doorbreken. Het ergste was echter dat het beloofde verlof uitbleef. Hartog Italiaander schreef op 4 maart 1942 vanuit werkkamp De Beetse: 'Verlof is nog niet gegeven, zodat ik nu reeds zes weken van huis ben. Je begrijpt dat de stemming hier steeds meer geprikkeld wordt.

Na deze eerste groep zouden nog vele Joodse mannen uit alle delen van het land volgen. Geen was voorbereid op de omstandigheden in de werkkampen. Het zware werk op het land was de meesten volstrekt onbekend. Het thuisfront moest in de vorm van kleding, geld en eten voor de nodige aanvulling zorgen. Deze hulp kwam ook wel uit de directe omgeving, soms uit mensenliefde, maar vaak uit winstbejag.

De eerste deportaties

Begin 1942 werd door de nazi’s definitief besloten tot deportatie en vernietiging van de joden. Het gevolg was dat in het voorjaar en de zomer van 1942 de omstandigheden in de meer dan veertig werkkampen sterk veranderden. Het regime werd zwaarder en was vaak op Duitse leest geschoeid. De rantsoenen en de lonen werden minder en verlof en bezoek beperkt. Op de brieven kwam censuur en straffen werden vaker uitgevoerd.

De eerste deportaties in juli 1942 naar kamp Westerbork - en vervolgens naar Oost-Europa - deden onzekerheid en angst bij de Joodse dwangarbeiders toenemen. Sommigen melden zich vrijwillig voor transport naar Westerbork, bang dat ze misschien hun familieleden zouden missen. Anderen namen de benen. De opengevallen plaatsen werden opgevuld met nieuwe arbeidskrachten die vaak nog minder geschikt voor het werk waren.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de meeste werkkampen omsingeld door de Ordnungspolizei. De volgende ochtend werden de Joodse dwangarbeiders onder bewaking van dezelfde politie te voet, per vrachtauto of per trein naar Westerbork gebracht.

Onduidelijkheid

Over de joodse werkkampen is weinig bekend in Nederland. Bij de kleine groep van deskundigen zijn er nog veel hiaten in de kennis over het dagelijkse leven, de organisatie en het werk in de afzonderlijke kampen. Zelfs het precieze aantal is niet bekend. Er is niet alleen onduidelijkheid over het exacte aantal joodse werkkampen, maar er is ook nog niet veel bekend over de juiste locaties, het aantal dwangarbeiders per kamp en wanneer de kampen werden bewoond door joodse dwangarbeiders.

Op basis van foto's, getuigenverklaringen en geschreven bronnen kan worden vastgesteld dat in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland ruim 40 'dag en nacht' kampen bevonden. 'Dag en nacht' kampen zijn werkkampen waar de Joodse dwangarbeiders dag en nacht verbleven. In en nabij de grote steden, zoals Amsterdam, waren ook 'dag' kampen. Dit waren de werkkampen waar alleen overdag gewerkt werd. 's Avonds mochten de dwangarbeiders weer naar huis. Een aantal werkkampen zullen - zolang het niet door meerdere bronnen wordt bevestigd - niet op de website worden genoemd, maar later mogelijk worden toegevoegd.

ra_1302-04.jpg
ra_1302-02.jpg
ra_1302-03.jpg