• Het kamp Vledder is kort voor de oorlog gebouwd in het kader van de werkverschaffing: werklozen uit de steden moesten in de omgeving van het kamp de uitgestrekte heidevelden ontginnen. De stedelingen moesten vertrekken om plaats te maken voor joodse dwangarbeiders waarvan de eersten begin januari 1942 in het kamp arriveerden. De leiding was op dat moment in handen van kok/beheerder N.W. de Bruyn, iemand die het lot van de dwangarbeiders koud liet.

    Piet Groenteman was één van de mannen die zich in Vledder moesten melden. Eind maart 1942 ging hij, zoals zoveel joodse lotgenoten, met lood in de schoenen op reis. Terugblikkend spreekt hij zelfs van doodsangst. 'Niemand kon inschatten wat er precies ging gebeuren. Zelf ging ik in kostuum op reis. Ik hoopte ergens werk te krijgen. Misschien word je uitbesteed, was m'n gedachte.' 's Avonds kregen de dwangarbeiders warm eten. Het was niet volgens de joodse spijswetten bereid, maar dat maakte niet uit. 'In het kamp was je blij met wat je kreeg', aldus Groenteman. Ook andere joodse wetten werden niet nageleefd: zo werd in Vledder op vrijdag niets aan de sabbat gedaan.

    Het werk verschilde weinig van dat in andere kampen. Spitten op de heide, geulen graven, het aanleggen van een zandpad, bomen zagen en later het rooien van aardappelen. Het meeste buitenwerk werd verricht in Vledderveen, een gehucht op enkele kilometers afstand van Vledder. Later werden er aardappelen gerooid in Wapse.

    Aan de mensen van de Nederlandsche Heidemaatschappij bewaart Groenteman slechte herinneringen. De in zijn ogen pesterige manier waarop de begeleiders hun taak opvatten, wordt door Groenteman scherp veroordeeld. Hij heeft voor de toezichthouders in Vledder geen goed woord over. 'Ze waren erg streng. Verschrikkelijk. Steeds als ze er aan kwamen, kreeg je te horen: 'Doorwerken'. Het was gewoon graven om bezig te zijn. De opzichters waren heel slechte, nare mensen.'

    Kok/beheerder de Bruyn, zelf oud-bokser, organiseerde een keer een bokswedstrijd. Hij liet de broers Piet en Bob Groenteman (bokskampioen van Noord-Holland) om een stuk brood tegen elkaar vechten. De Bruyn controleerde alle post van de joden. Als er bonnen in zaten, pikte hij die zelf in voor de zwarte handel. Ook liet de kok/beheerder joden op ellebogen en knieën kruipen (robben) en draaien op de appèlplaats tot ze erbij neervielen.

    Uit angst voor De Bruyn namen dwangarbeiders hun gouden ringen en horloges mee naar het werk. Daar werden ze aan het eind van de dag in de grond verstopt.

    Ook uit kamp Vledder zijn ontsnappingen geweest. Maurits Jakobs uit Emmen lukte het eind september. Hij ontsnapte uit het kamp met hulp van buitenaf.

    De ontruiming in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 kwam als een verrassing. Zaterdagmorgen in alle vroegte werden de joden weggevoerd. De in de buurt van het kamp wonende Aaltje Jacobs was er getuige van. 'We werden 's morgens om kwart over vier wakker van lawaai. Het was vooral geschreeuw, gejoel en gevloek.' Opzichter Willems heeft van de hele ontruiming zelf niets gemerkt. 'Op een morgen kwam ik bij het kamp en toen was iedereen al weg. Men vertelde dat ze in alle vroegte door een bus zijn opgehaald.' Omdat de ontruiming van het kamp totaal onverwacht gebeurde, is Willems er van overtuigd dat veel van de sieraden die de dwangarbeiders veiligheidshalve buiten het kamp hadden verstopt, zijn achtergebleven. Hij heeft er nog wel eens naar geïnformeerd, maar dat heeft nooit iets opgeleverd. In Vledder verspreidde het nieuws zich snel: 'De jeuden bint weggevoerd.'

    De barakken van kamp Vledder hebben na het vertrek van de joden in 1942 veel functies gehad. In 1944 vonden de jongens en mannen van de Nederlandschen Arbeidsdienst (NAD) er onderdak. Ook zij werden ingezet voor ontginning van bos en heide. Met behulp van een groepje verzetsmannen ontvluchtten zeven NAD'ers het kamp. Dat gebeurde in de nacht van 7 op 8 september 1944. De mannen doken onder in een hol in Doldersum. De Sicherheitsdienst ontdekte de schuilplaats en de bewoners werden ter plekke neergeschoten. Eén van de zeven overleefde de executie.

    Na het vertrek van de Arbeidsdienst verschafte het kamp enige tijd onderdak aan gezinnen uit het gebombardeerde Arnhem. Daarna werden in de barakken jarenlang erkende gewetensbezwaarden ondergebracht. Omstreeks 1970 verdwenen de laatste dienstweigeraars uit het complex aan de Lange Wanden. Vervolgens werden de barakken tot 1977 gebruikt door het ministerie van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk. Er was een internaat voor bijzonder jeugdwerk gevestigd.

    Begin jaren tachtig werd bijna het hele kamp gesloopt. Er is één grote barak blijven staan. De barak van Vledder ziet er van binnen en van buiten heel anders uit dan destijds, maar het is één van de weinig tastbare herinneringen aan de "jodenkampen" zoals die in 1942 functioneerden.

  • In Vledder werd in 1995 een monument geplaatst op initiatief van de plaatselijke bevolking. Het is een zwerfkei met daarop een koperen plaquette, waarop staat geschreven: 'Ter nagedachtenis aan de joodse dwangarbeiders die in 1942 in Vledderveen tewerkgesteld zijn geweest. Door hen werden onder meer aan deze weg werkzaamheden verricht.'

Joodse Werkkampen

Een onbekend stukje geschiedenis. De joodse werkkampen vormen een vrijwel onbekend stuk geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Een initiatief van Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Contact

  • Herinneringscentrum Kamp Westerbork
  • Oosthalen 8, 9414 TG Hooghalen
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Copyright© 2020 Joodse Werkkampen. Realisatie: Internetbureau Praes.