De Vecht

Werkkamp De Vecht

De Vecht is waarschijnlijk in 1937 gebouwd en lag tussen de Rechterense Dijk en de spoorlijn, net buiten Dalfsen richting Vilsteren. De locatie werd door de Dalfsenaren ook wel het "Konijnenbosje" genoemd. Het had een capaciteit van 192 bedden en behoorde tot een van de grotere werkkampen. In het kamp waren werklozen uit de Twentse steden tewerkgesteld. Per trein was De Vecht goed te bereiken: het kamp lag op enige honderden meters afstand van het station Dalfsen.

Begin 1942 kreeg kok/beheerder Bruinsma de opdracht het kamp te ontruimen. Hem werd meegedeeld dat het kamp leeg moest worden gemaakt voor plaatsing van joodse werklozen. Op 25 april 1942 kwamen 123 joodse werkloze mannen uit Amsterdam aan in De Vecht. Volgens buurman Van der Stouwe was het kamp toen niet vol en hadden de mannen de nodige bewegingsvrijheid. Blijkbaar stonden Bruinsma en kantinebeheerder Pannen dit toe. Men mocht wandelen in de omgeving en af en toe bezoek ontvangen. Ook werden er contacten gelegd met buren, zoals de familie Van der Stouwe.

Het kamp was aangesloten op het electriciteitsnet, maar had een eigen watervoorziening. Net als de werklozen uit Twente voor hen moesten de joodse mannen moesten onder toezicht van de Heidemij land ontginnen voor de graaf van Rechteren, die in de buurt woonde. Verder hebben de joodse kampbewoners gewerkt langs de rivier de Vecht in het "Veerland". Dit is het gebied pal naast de rivier en net buiten de dijk. Ook werden soms ploegen uitgezonden om in de nabijgelegen bossen te werken.

De familie Van der Stouwe heeft regelmatig contact gehad met sommige joodse mannen uit het kamp, ook als deze af en toe bezoek hadden in het weekend. 'Er werden ook vaak pakjes en post bij ons afgeleverd. Dit werd dan door de joodse mannen opgehaald, onder andere door een zekere Sam Zak, die heeft de oorlog overleefd.'
Bakkerij van Zijl uit Dalfsen leverde in die tijd het brood in het kamp. Dit, twee manden per dag, werd meestal bezorgd door Arend Lubbers. Deze Lubbers was voor de joden ook een belangrijk contactadres voor pakketjes en post.

Buurman Van der Stouwe herinnerde zich de ontruiming van De Vecht nog goed. 'Op de dag voordat het kamp werd ontruimd is Sieg Polak, een man waarmee we wel contact hadden, ontsnapt. Hij heeft zich na overleg met mijn ouders op de deelzolder van onze boerderij verstopt. De Duitsers hebben hem overal gezocht maar konden hem niet vinden. Ze hebben zelfs met bajonetten in het hooi gestoken. Toen uiteindelijk de trein met de joodse mannen vanaf het station was vertrokken, hebben ze niet verder gezocht. Ik heb Sieg Polak later op mijn fiets naar het station in Heino gebracht. Daar heeft hij de trein genomen. Hij heeft de oorlog overleefd en is later nog een keer bij ons op bezoek geweest', zo vertelde Van der Stouwe later.

Na de joodse periode kwamen evacués uit Scheveningen, meest vrouwen en kinderen, in het kamp. Zij bewoonden tot na de bevrijding De Vecht.

Op 5 september 1944 moest buurman Van der Stouwe samen met zijn vader onderduiken, nadat in de omgeving een aanslag was gepleegd op een Duitser uit Kamp Erica. Tijdens een razzia is de boerderij van de familie Van der Stouwe in brand gestoken.  

71.jpg
72.jpg
73.jpg

Monumenten

646.JPG
Onthulling van een informatiepaneel op 3 oktober 2012. Het voormalige kamp bevond zich aan de overkant van de weg.

Sporen De Vecht

Archief De Vecht